Februari is de maand van het gebit, en niet zonder reden. Veel honden en katten hebben, vaak zonder dat hun eigenaren dat weten, gebitsproblemen door tandplak en tandsteen. Dat zorgt voor veel verborgen pijn. Om het gebit van je hond goed te kunnen bekijken en verzorgen, is het belangrijk dat je weet hoe je een bek-check moet uitvoeren.

Prins helpt met een handige handleiding in woord en beeld! Voor de kat hebben we aparte tips. Veel honden stribbelen behoorlijk tegen als er in hun bek moet worden gekeken. Dat komt vaak omdat eigenaren te hard van stapel lopen bij het inspecteren van de kop. We beginnen te snel met vastpakken of, erger nog, gaan pas aan de kop van de hond zitten als er problemen zijn. Wees dat moment voor en maak van ‘tandjes kijken’ een leuke oefening.

Stap 1: Voordat we in de bek gaan kijken, leren we de hond eerst zijn kop uit eigen beweging op onze vlakke hand te leggen. Houd je hand op en nodig de hond uit daar zijn kop op te leggen. Eventueel kun je je hand iets onder zijn kin schuiven. Beloon de hond als hij zijn kin op je hand laat rusten. Bouw de tijd dat de hond zijn kop op je hand laat liggen langzaam uit door de beloning steeds iets langer uit te stellen. Pas als de hond zijn kop een paar seconden rustig op je handpalm laat rusten, kun je door naar de volgende stap.

Stap 2: Tussen de onderkaken van de hond loopt een handig ‘gleufje’, waarin je je vingers kunt leggen. Houd je wijs en middelvinger in het ‘gleufje’ en kijk of de hond hier zijn kop weer op wil laten rusten. Lukt dit, dan kun je proberen de kop van je hond met behulp van die twee vingers rustig iets heen en weer te bewegen. Kijk dan of je, terwijl de kop van de hond ontspannen op je twee vingers blijft steunen, met een paar vingers van je vrije hand het hoofd, de neusrug en de zijkanten van de snuit met lichte aaibewegingen kunt aanraken.

Stap 3: Laat de hond nu met zijn kop rusten op de twee vingers van je ene hand, die je daarvoor weer in het ‘gleufje’ houdt. Met de duim en wijsvinger van je andere hand maak je een vervolgens ‘grijpertje’, dat je eerst boven en vervolgens over de neusrug van de hond houdt. De overige vingers berg je op door ze tegen je handpalm te houden. Oefen het maken van dit‘ grijpertje’ eerst een paar keer droog. Alles draait bij deze oefeningen om rust en vertrouwen! Als de hond zich verzet of terugtrekt, ben je mogelijk te snel gegaan in de opbouw van de training.

Stap 4: Nu tillen we met behulp van het over de neusrug gelegde ‘grijpertje’ de bovenlippen van de hond, net achter de neusdop, aan weerskanten voorzichtig iets omhoog. Je kunt de duim van je andere hand, die van de vingers waar de hond met zijn kin op steunt, gebruiken om de onderlip aan de voorkant voorzichtig iets naar beneden te trekken. Zo kun je de boven- en onder voortanden en de hoektanden goed bekijken. Niet knijpen met het ‘grijpertje’, alleen de bovenlippen voorzichtig iets omhoogtrekken! Een hondenneus is namelijk erg gevoelig.

Stap 5: Zo moet het niet, vergelijk deze foto voor de verschillen maar eens met de vorige. De overige vingers van de hand die het ‘grijpertje’ vormt zijn hier niet opgeborgen, waardoor de ogen van de hond worden afgedekt en hij niet meer kan zien wat er om hem heen gebeurt. De vingers van de andere hand klemmen nu bovendien helemaal om de onderkaak, waardoor je met je nagels in het tandvlees kunt prikken. Dat is niet fijn!

Stap 6: Door de kop van de hond met de ondersteunende hand iets te draaien en het ‘grijpertje’ van de andere hand iets te verplaatsen, kun je de zijkanten van het gebit en daarmee de kiezen bekijken. De duim van de ondersteunende hand kan de mondhoek daarbij iets naar achteren trekken, zodat alle kiezen goed zichtbaar worden. De vingers blijven hierbij op de buitenkant van de lippen en komen niet in de bek van de hond. Als het goed is, mogen je vingers dus niet nat worden!

Stap 7: Dit is dus niet de bedoeling: de vingers liggen aan de binnenkant van de lippen en prikken in de bek en de lippen worden tegen de kiezen geduwd, wat pijn doet. Bovendien zijn de ogen van de hond hier weer afgedekt, wat hem een onveilig gevoel geeft, en worden de boven- en onderkaken tegen elkaar geklemd.

Stap 8: Als de hond rustig zijn tanden laat zien, kun je voorzichtig een begin maken met de gebitsverzorging, waarbij we in de bek van de hond gaan komen. Bijvoorbeeld met een speciale vingertandenborstel. Honden vinden het poetsen met behulp van een vinger vaak prettiger dan het gebruik van een tandenborstel. Gebitsverzorgende producten zijn verkrijgbaar via de dierenspeciaalzaak. Je dierenarts kan het gebit van je hond controleren en een poetsadvies op maat geven. Laat je hond altijd eerst kennismaken met de tandenborstel zonder dat je meteen iets in zijn bek doet, bijvoorbeeld door hem eerst even aan de borstel te laten ruiken.

Stap 9: Poetsen met een speciale hondentandenborstel kan ook. Om de hond aan het gevoel van de borstel in zijn bek te laten wennen, kun je in het begin een klein beetje leverpastei of smeerkaas op de borstel doen, of een beetje Prins Train & Care zalmpaté. Mmm… dat maakt poetsen leuk en lekker! Tip: koppel aan het tonen en verzorgen van het gebit een commando, bijvoorbeeld ‘tandjes’. Dat maakt voor de hond voorspelbaar wat er gaat gebeuren.

Stap 10: Poets vooral de buitenkant van de tanden en kiezen in de bovenkaak, en dan met name de achterste kiezen. Daar vormt zich namelijk het snelst tandplak en tandsteen. Aan de binnenzijde worden tanden en kiezen vaak door de tong gepoetst. Gebruik altijd een speciale hondentandpasta! Tandpasta voor mensen bevat ongeschikte ingrediënten en schuimt bovendien.

Advies op maat

Heb je vragen over de gebitsverzorging van je dier? Of wil je iets anders weten over voeding, verzorging of gedrag? Ons CareTeam geeft je graag advies!

Mariska van het CareTeam

Je dier optimaal verzorgen? Het CareTeam helpt je graag met gratis advies!