Niet alleen mensen kunnen last krijgen van diabetes, ook bij honden en katten komt deze aandoening regelmatig voor. Graag vertellen we je wat meer over deze ziekte en geven we je tips hoe je je dier kunt ondersteunen. 

Bij suikerziekte is er sprake van een insulinetekort of een verminderde werking van insuline, waardoor er problemen met de regulering van het suikergehalte in het bloed ontstaan. Doordat suiker niet uit het bloed wordt opgenomen, is er sprake van een te hoog bloedsuikergehalte. 

Vormen en oorzaken

Diabetes komt voor in verschillende varianten, maar type 1 en type 2 zijn de meest voorkomende. Bij type 1 maakt de alvleesklier (te) weinig insuline aan en deze variant verschijnt gewoonlijk al tijdens de jongere jaren. Bij type 2 maakt de alvleesklier wel voldoende insuline aan, maar reageert het lichaam hier minder goed op. Bijvoorbeeld als  gevolg van overgewicht of ouderdom. Daarnaast kan diabetes ook ontstaan als gevolg van een andere aandoening of door behandeling met bepaalde medicijnen. Welke vorm van diabetes een dier ook heeft, de behandeling heeft altijd als doel om de bloedsuikerspiegel weer op een normaal niveau te krijgen. Hierbij zijn insuline, voeding, beweging en regelmaat van groot belang! 

Symptomen

Dit zijn de meest voorkomende symptomen van suikerziekte. Herken je één of meer symptomen uit dit rijtje bij je hond of kat? Neem dan contact op met je dierenarts om te laten controleren of je dier last heeft van suikerziekte.  

  • Meer drinken.
  • Meer plassen.
  • Toename van de eetlust.
  • Vermageren ondanks goed eten.
  • Slechte vachtconditie.
  • Verminderd uithoudingsvermogen.

Herken je een van de symptomen? Neem dan contact op met je dierenarts.

Belangrijke tips

  • Zorg voor een complete voeding, het liefst een dieetvoeding die afgestemd is op dieren met diabetes.
  • Geef zo min mogelijk bijvoeding om grote schommelingen in de bloedsuikerspiegel te voorkomen.
  • Zorg ervoor dat je altijd druivensuiker in huis hebt.
  • De hoeveelheid lichaamsbeweging heeft invloed op de hoeveelheid insuline die dagelijks nodig is. Het is daarom verstandig om wandelingen voor je hond uit te stippelen die dagelijks ongeveer even lang zijn.
  • Soms wil je hond of kat niet eten of spuugt hij het eten uit. Daarom adviseren dierenartsen de insuline altijd pas na de maaltijd toe te dienen, zodat je de insulinedosis waar nodig nog kunt verminderen.
  • Verhoog nooit op eigen initiatief de insulinedosering.
  • Het is beter één keer te weinig insuline te geven dan één keer te veel.
  • Neem als de symptomen zoals meer plassen en meer drinken verergeren altijd contact op met je dierenarts.
  • Heeft je dier last van overgewicht? Neem dan contact op met het Prins CareTeam voor een voedingsadvies op maat.

Voedingstips 

De hoeveelheid insuline die je dier krijgt wordt afgestemd op de hoeveelheid voeding die je dier op een dag nodig heeft en binnenkrijgt. Het is daarom belangrijk om met regelmaat te voeren en er voor te zorgen dat je dier dagelijks dezelfde hoeveelheid voeding met dezelfde samenstelling binnenkrijgt. Om de bloedsuikerspiegel stabiel te houden is het sterk af te raden om te vaak te wisselen van voeding. Mocht je toch iets willen veranderen aan de voeding van je dier of over willen stappen op een andere voeding? Doe dit dan altijd in overleg met de dierenarts, zodat de insulinedosis op de nieuwe (hoeveelheid) voeding kan worden aangepast. 

Hoogwaardige dieetvoeding

Wij hebben vijf hoogwaardige en uitgebalanceerde dieetvoedingen in ons assortiment die speciaal geschikt zijn voor honden en katten met suikerziekte. In deze voedingen gebruiken we zogenoemde ‘langzame’ koolhydraten die een langzamere en lagere stijging van de bloedsuikerspiegel geven en extra voedingsvezels om het bloedsuikergehalte te reguleren. Om overgewicht te voorkomen hebben deze voedingen een verlaagd vetgehalte en een verhoogd eiwitgehalte. 

Voor katten:

Voor honden:

Linn van het CareTeam

Gezond zijn én blijven? Het CareTeam helpt je graag met gratis advies!